Wat lig je hier stil
en zo bleek op dit laken
ik mis in je handen
de kracht van weleer
je ademt heel rustig
maar zo onregelmatig
de grapjas in jou
die herken ik niet meer
waar je ook kwam
plezier zat aan tafel
je had iedereen altijd vlug op je hand
maar toen ik je vroeg:
zeg rijd eens wat trager
ik wou je toen smeken:
gebruik je verstand
nog nooit zag ik jou
zo breekbaar en tenger
gevoed door die buisjes,
heb je geen kou?
mocht ik het kunnen
ik bracht je tot leven
m'n adem, m'n hartslag
ik gaf ze aan jou
en buiten op straat
gaat het leven maar verder
een film waar uit jij zo brutaal bent gestapt
ik sluimer, ik droom en ik zie jou opeens
als een bloem die gebroken is
binnen de knoop
u kent het ik bid u
hij geeft van die kuren